I Am A Dreamer

I am a dreamer.
Always have been.

Ever since I was a little child, my fantasy and dreams have often saved me from the cruel, cold world we sometimes call reality.

For me, my dreams and fantasy were a way to cope with all the deaths in my family.
My little sister, my grandfather, my great-grandmother, my first dog, my second dog, my uncle, …
It was a way to cope with things that didn’t make any sense to me.

Why would a normal, rather healthy, happy person commit suicide?
Why would a healthy, adorably sweet dog die?
Why did those people had to be taken away from me?
Were they making me TOO happy?
Was that a sin?

It became an automatism for me.
Whenever things get too hard, too real.
I escape.

Of course there comes a time when I have to leave my beautiful world and come back and face reality.
Face the problems, the issues, the situations.
And I do.
And it’s still hard, it is, every time again, but in a way, it’s easier when I first visited my fantasy world.

Also, my dreams are what define me.
My ambitions.
My hopes.
My expectations.

They are what shapes me.
And for that, I’m not afraid and ashamed to say that I’m a dreamer.
I’m proud of it.
And as long as I can, I promise to never stop dreaming.

With all my heart I believe that a person needs to dream.
Because they give you a goal.
Something to reach for.

Therefore I say: Keep dreaming.
Keep chasing that dream.
And who knows, maybe one day, it ‘ll be more than just a dream.
Maybe one day it ‘ll be something you can be proud of.
Something you actually have accomplished.

Image

Advertisements

A Spark Of Hope

Tonight I went over to my boyfriend’s place again, like I do every Tuesday.
I have dinner there and go to his practice with him.
Right when we were about to leave for practice, he checked his Facebook and saw that he didn’t have any.
That there were too few people.

So we decided to go ‘out’, we drove to the town nearby, took a walk around the neighborhood until we both got way too cold and decided to go into his favorite café.
The café where we had been on our very first date as well.
We brought back those memories, talking about it as he bought me my favorite drink when I’m cold: a hot chocolate with whipped cream.

We talked and talked and talked…
It was heaven.
It really was.
Not that we don’t talk enough, we constantly talk, but this was different.
We got to talk about what’s “wrong” right now.
About us.
Our plans.
Before we had left, I had gotten all sad again in his room, telling him that I found we had been boring lately.
That we got into some kind of routine.
That I felt trapped, being home for over a month.
I felt bored.
Barely alive.

In the café, I also confessed to him that I miss Ghent a lot.
I miss seeing other people.
I miss the warm sunny days in Ghent when everyone would go to the Citadel Park near school, where we’d just sit and enjoy the sun.

Sometimes, there would even be musicians playing in the garden house.
We would get pizza, kebab or french fries nearby and go and eat them in the park.
Or we would go to the Saint-Peters Square and sit in the sun.
Or visit the beautiful garden that’s located there.
Or have a drink at the bowling place.
Yes, life was good back then.

And I miss Ghent.
A lot.
All of it.

It felt good to talk about all of that with him.
It felt like we both needed that.
And as we sat there, talking, smiling, laughing, drinking…
I fell in love with him all over again.

When we were still at his place, I told him that maybe we shouldn’t see each other for a couple of days.
That I would die because I’d miss him, but that maybe we would break the routine that way.

But sitting in the café, there was not a single part of me that wanted to be separated from him.
I needed him.
Always have.
Always will.

Yes, tonight was a good evening.
I just wish we could’ve spend the night and morning together as well.
It broke my heart to tell him goodbye for the night.
I hope that soon I won’t have to anymore…

tumblr_mjxk2bttju1qi126lo1_500_large

Till We Meet Again

Days were passing by as she thought of those who had left.
Left the save space to find their own way out there.
It was an ice cold day. And she felt a little lost.
Not knowing how to respond on the news.
She tried to keep cool, not show how much she cared.
She said that she found it a pity, and that she’d miss them.
If only they had known.
But it was too late, their choice was made.
Papers all ready, just one more last thing to do.
And then they’d be gone.
Her friend had promised that she’d come and visit sometime though.
She was hoping that her friend would keep that promise.
Because she’d miss her. Lots.

Image

Monoloog: Verloren Liefde pt.2

This is the male version of the monologue that I’ve posted before. This is seen from the man’s point of view. His side of the story. And sorry for the English speaking persons among us, but once more, it’s written in Dutch, just like the first part/the first story. Hope you’ll enjoy reading it!

Het was een koude winterdag. De wind buiten was guur en ging recht door je kleren heen. Gelukkig zat ik veilig binnen, met in mijn hand een glas Glühwein. Het vuur knetterde heerlijk in de brandhaard. Maar het deed mij maar weinig. De warmte drong niet door.

Ik dacht terug aan hoe het allemaal misgegaan was. Het was nochtans zo’n prachtig verhaal geweest in het begin.

We hadden elkaar drie jaar geleden leren kennen, het was liefde op het eerste gezicht geweest. In een drukke bar had ik haar zien staan. Vrienden van me zaten bezig over het knappe meisje aan de andere kant van de ruimte.  Ik besloot een korte blik te werpen op het desbetreffende meisje. Wat was ze prachtig. Ik betrapte mijzelf erop dat ik aan het staren was en ze merkte het op. Ze glimlachte en het was de mooiste glimlach die ik ooit had gezien. Ik besloot mijn kans te wagen en stapte op haar af.

Ik stelde mij voor en kwam te weten dat haar naam Elena was. Een prachtig elegante naam die perfect bij haar pastte. Ik vertelde haar dat haar schoonheid mij opgevallen was, en ze moest blozen.Je kan al raden dat ik toen al meteen verloren was. We raakten aan de praat, en bleven aan de praat voor de rest van de avond. Toen de nacht al over gegaan in vroege ochtend besloten we om beiden naar ons eigen bed terug te keren, na telefoonnummers te hebben uitgewisseld.

Achteraf spraken we nog een paar keer af en het duurde niet lang of we begonnen een relatie. Het was perfect, alles was perfect. Ieder weekend hadden we één dagje dat speciaal gereserveerd was voor ons tweetjes. Dan deden we dingen samen, zoals naar zee gaan, naar de film gaan en gaan eten, gaan shoppen voor nieuwe kleren -soms ook wel wat pikante lingerie-, wellness … noem het maar op. Die dag was dan speciaal voor ons.

Aangezien alles zo goed en vlotjes verliep, besloten we ook al vrij snel om samen te gaan wonen. De mooiste dag uit mijn leven. Het was magisch om samen met haar die dozen uit te mogen pakken, om haar spullen in de kast naast de mijne te zien. Iedere dag, iedere nacht, … was perfect, zolang we maar samen waren. Verliefd tot over onze oren. Ergens wist ik wel dat dat geluk niet voor eeuwig kon blijven duren, perfectie duurt nooit lang. En het was gewoon gedoemd om ooit fout te gaan maar toch.. niet zo, niet zo snel al.

Op een dag kwam ik op mijn werk aan, zoals iedere ochtend. Ik werd bij de baas geroepen, omdat hij mij dringend wou spreken. Na wat rond de pot te hebben gedraaid deelde hij mij droog mee dat ik ontslagen was. Op staande voet. En dat mijn laatste werkuren uitbetaald zouden worden maar dat het daarna gedaan was. Ik was bedankt voor mijn diensten en jarenlange trouw maar moest toch weg.

Het was een klap in mijn gezicht, en na het gesprek met de baas kwam ik thuis aan.

Ik zat een tijdje versuft voor me uit te staren , alvorens op zoek te gaan naar troost in de drankkast.

Whiskey, wodka, jenever,… iedere fles bood wel enige troost. Ik zag het allemaal niet meer zitten, wat voor nut had mijn leven nog? Nee,  ik had liever dat het hier en nu eindigde. Ik bleef drinken, de ene fles na de andere en combineerde de drank met een paar pijnstillers en slaappillen. Ik heb geen idee hoeveel ik er zoal heb ingenomen.

Het volgende dat ik mij herinner is dat Elena mij wakker schudde, blijkbaar was ik bewusteloos geweest. Ik zag haar gezicht van bezorgdheid naar walging gaan. Ach, wat kon mij dat nu schelen.

Ze bracht mij naar het ziekenhuis, waar ik aan een paar testen onderworpen werd.

Het kon mij allemaal gewoon niets meer schelen. Ik wou dood. Mijn leven was toch al voorbij. Ik was mijn werk kwijt, en Elena verdiende ook al amper genoeg om ervoor te zorgen dat we konden rondkomen. Als secretaresse bij een kleine zelfstandige verdiende je nu eenmaal niet veel. En ik als bouwvakker, op mijn leeftijd nog werk vinden… Neen, voor mij mocht het allemaal eindigen. Terwijl ik in het ziekenhuis bed lag hoorde ik haar spreken met de dokter, die vertelde haar dat het niet al te ernstig was maar dat het wel goed van haar was geweest dat ze mij meteen naar het ziekenhuis had gebracht. Dat het beter was om preventief te zijn dan het te laten wachten en op het beste te hopen. Toch wouden ze mij graag voor een nacht observatie in het ziekenhuis houden, omdat ze niet zeker waren hoeveel pillen ik had geslikt en ze geen risico’s wouden lopen.

De volgende dag mocht ik al naar huis, en Elena confronteerde mij met mijn acties van de dag daarvoor. Wat mij in godsnaam bezield had om dat te doen. Dus beschaamd -ik had mij nog nooit zo hard geschaamd- vertelde ik het haar. Dat ik ontslagen was, zonder geldige reden. Blijkbaar had een collega mij laten opdraaien voor een fout die hij gemaakt had. Maar natuurlijk was die collega het zoontje van de grote baas, dus kon hij onmogelijk in de fout zijn geweest. Waardoor ze mij dan maar op straat hadden gezet. Ik vertelde haar ook dat mijn laatste loon van mijn laatste uren nog uitbetaald zou worden, maar dat was het dan.

Na dit alles te hebben verteld, zag ik pas haar gezicht. Vol van verdriet, dikke tranen die zich vormden in haar ogen en haar onderlip die lichtjes trilde. Ze beet op haar lip om tranen in te houden. Maar het hielp niet veel.

Ik kreeg het ook moeilijk, en ze zag dat. Ze zette zich recht en knuffelde me. Vertelde me dat we wel een oplossing zouden vinden, dat we ons wel zouden redden, zoals we dat altijd al gedaan hebben.

Ik besloot de moed niet zo snel op te geven en begon intensief naar nieuw werk te zoeken, maar aangezien ik enkel over een middelbare school diploma van BSO beschikte, ging dat niet echt vlot. En ik was dan misschien wel bouwvakker van opleiding, een anders goed beroep met veel werkgelegenheid, maar de markt was slecht tegenwoordig, en er waren al mensen te veel. Waardoor er al veel mensen werkloos achterbleven. Ik dus ook.

De rekeningen begonnen zich op te stapelen en ik begon meer en meer te drinken. Het werd een heuse verslaving, en telkens als Elena ‘s avonds terug kwam van het werk, moe, uitgeput en afgepeigerd lag ik stomdronken in de zetel. Als ze mij dan wakker maakte werd ik zo enorm kwaad dat ze bang werd van mij.

Soms sloeg ik haar. Hard. Ik besefte het dat ik haar pijn deed, maar het kon mij niet echt iets schelen. Niets kon mij nog iets schelen. Ik dronk om te vergeten. Te vergeten dat ik nog leefde.

Dat was toen ik dronken was. Eens ik dan terug nuchter was schrok ik wel van wat ik haar had aangedaan. Dan kustte ik haar blauwe oog, streelde liefdevol over haar dikke blauwe wang, en kustte ik haar gebarsten lippen. Zo ging het nog een tijdje door.

Ze hield van mij, en misschien had ze ook een gevoel van medelijden, en daarom bleef ze bij mij. Terwijl ze weg had kunnen gaan. Weg van dit alles.

Ik probeerde wel te verbeteren, maar de wereld kan hard zijn. Echt hard.  Onze liefde werd zwaar op de proef gesteld.

De nuchtere momenten begonnen te minderen, en mijn agressie werd alleen maar erger. Op een dag had ik haar blijkbaar zo hard aangepakt, dat ze voor een paar dagen in het ziekenhuis belandde. De politie kwam bij haar langs om een paar vragen te stellen, aangezien het ziekenhuis hen op de hoogte gebracht van haar uiterst verontrustende verwondingen. Ziekenhuispersoneel hadden ook oudere littekens van verwondingen terug gevonden. Ik had haar afgedreigd , en haar gezworen dat als ze hen ook maar iets zou vertellen dat in mijn richting leidde, ik haar kapot zou maken. Dat ze het zich voor de rest van haar leven zou beklagen. Als ik haar nog haar leven zou laten. Ze had liggen wenen en jammeren, en  had mij zitten smeken om het niet te doen. Mij gevraagd waarom ik zo veranderd was. Gejammerd dat ze de man waarop ze verliefd geworden was mistte. Maar het was te laat. Het deed mij allemaal niets meer. Ik was ongevoelig. Dood binnenin. Ze had de politieagenten wijs gemaakt dat ze gewoon erg onhandig en lomp is en wel altijd ergens tegen loopt. Ik weet niet of ze het effectief volledig geloofden, maar ze lieten ons toch gerust.

Nadien was ik haar nog één keer gaan bezoeken. Ze deed afstandelijk, en ik begreep niet waarom. Ik had nochtans bloemen mee gebracht en was een perfecte heer. Hoe liever en vriendelijker ik deed, hoe kwader zij werd. Tot ze ineens uitbarstte. Ze zei me dat ze er genoeg van had, dat dit alles mijn schuld was, en dat ze het beu was dat ik constant dronken en agressief was. Ze had van dat allemaal meer dan genoeg. Genoeg van ons, of toch van de versie die we geworden waren.

Ik negeerde haar woorden, deed alsof ik ze niet gehoord had en deed gewoon verder zoals voordien.

Een paar dagen later was ik de hele dag weer op café geweest, zoals altijd toen ik ‘s avonds pas heel laat thuiskwam.

Al van zodra ik mijn sleutel in het slot had gestoken had ik gevoeld dat er iets veranderd was. Ik kwam binnen, deed het licht aan en zag het. Het huis was een heel stuk leger, meubels, spullen ,.. waren verdwenen. Ik rende naar boven, rukte de grote kleerkast in de slaapkamer open en zag dat haar kleren ontbraken. Als een gek rende ik het hele huis door, op zoek naar spullen van haar. Ik was op slag nuchter. Maar helaas, alles was weg. Zij was weg. Het enige dat ze nog had achtergelaten was een klein briefje, met daarop nog eens dezelfde uitleg als ze in het ziekenhuis had gedaan. Dat ze het beu was om vernederd en gekwetst te worden. Dat ze van mij hield, maar dat het zo niet verder kon. Dat ze mij zou verlaten, en al weg zou zijn tegen de tijd dat ik dit briefje zou vinden. Dat ik haar nooit meer op mocht zoeken, of contact met haar zoeken. Dat het voorbij was. Deze keer drongen haar woorden wel door, en het raakte mij. Hard. Ik zonk neer in de zetel, het briefje nog in mijn handen en rustte mijn hoofd in mijn handen. Hete tranen begonnen zich te vormen achter mijn oogleden. Tranen van schaamte, om wat ik haar allemaal had aangedaan. Tranen van verdriet, omdat mijn grote liefde mij verlaten had en ik haar nooit of te nimmer meer zou zien of horen.

Ik had haar nadien nog een paar keer gebeld, maar ze nam nooit op. Uiteindelijk had ze ook haar nummer veranderd.

Ik kon het niet meer aan en besloot er een einde aan te maken. Zonder fout deze keer.

Ik had vier flessen whisky, twee tabletten van slaappillen, en drie tabletten van pijnstillers binnen. Als het nu niet zou lukken wist ik het ook niet meer.

Ik begon al snel effect te voelen, ik werd slaperig, lam en mijn ogen werden zwaar. Ik zonk weg in een heerlijk diepe slaap. De fles drank rolde uit mijn hand, richting het vuur. De drank liep er langzaam uit en zorgde ervoor dat het vuur gretig om zich heen begon te grijpen. Nu pas voelde ik de warmte, en met een gelukzalige glimlach op mijn gezicht verloor ik het bewustzijn.

Image

Monoloog: Verloren Liefde

So this is a monologue that I wrote today, for a friend. Since I wrote it only today, it’s still completely in Dutch, and I’m going to finish the “Bitterzoet Prachtig” translation text first. It’s called “Bittersweetly Beautiful” in English and it tells the story of a very special couple. I got my inspiration by the “Love the way you lie” songs (part 1 & part 2), so you already have an idea what it’s about. So first I’m going to finish the translation of that text, and then I’ll do my best to translate this one, the monologue, but since it’s quite long, and hard for me translate every sentence from Dutch to English -yes, I do it all by myself, no help from Google translate or such- it might take a while. In the meantime of course, I’ll still be posting texts, feelings, … and of course, for our friends in America, United Kingdom, Australia, Indonesia, India, … I’ll post it in English, so you guys will be able to read it too 🙂 For the Dutch people, here’s the monologue. Hope you’ll enjoy it!

 

Het was een koude winterdag. Ik wandelde buiten door de amper verlichte straten, mijn adem vormde wolkjes terwijl ik stapte. Bar koud was het, ik voelde het aan mijn handen, de manier waarop ze bevroren, hard werden, amper flexibel. 

Ik dacht terug aan hoe het allemaal misgegaan was. Het was nochtans zo’n prachtig verhaal geweest in het begin.

We hadden elkaar drie jaar geleden leren kennen, het was liefde op het eerste gezicht geweest. In een drukke bar had ik zijn blik gezien, komende van de overkant van de ruimte. Vriendinnen hadden me gemeld dat hij al een tijdje naar mij stond te kijken. Ik keek naar hem, en glimlachte. De mooiste glimlach die ik tevoorschijn kon toveren.

Het had gewerkt, want hij was naar me toe gekomen. Hij had zich voorgesteld als William, en gezegd dat ik hem meteen al opgevallen was. Dat ik over een onwaarschijnlijke schoonheid beschikte. Je kan al raden dat ik toen al meteen verloren was. Het feit dat hij razend knap was had daar ook misschien wel iets mee te maken.

We raakten aan de praat, en bleven aan de praat voor de rest van de avond. Toen de nacht al over begaan in vroege ochtend besloten we om beiden naar ons eigen bed terug te keren, na telefoonnummers te hebben uitgewisseld.

Achteraf spraken we nog een paar keer af en het duurde niet lang of we begonnen een relatie. Het was perfect, alles was perfect. Ieder weekend hadden we één dagje dat speciaal gereserveerd was voor ons tweetjes. Dan deden we dingen samen, zoals naar zee gaan, naar de film gaan en gaan eten, gaan shoppen voor nieuwe kleren -soms ook wel wat pikante lingerie-, wellness … noem het maar op. Die dag was dan speciaal voor ons.

Aangezien alles zo goed en vlotjes verliep, besloten we ook al vrij snel om samen te gaan wonen. De mooiste dag uit mijn leven. Het was magisch om samen met hem die dozen uit te mogen pakken, om zijn spullen in de kast naast de mijne te zien. Iedere dag, iedere nacht, … was perfect, zolang we maar samen waren. Verliefd tot over onze oren. Ergens wist ik wel dat dat geluk niet voor eeuwig kon blijven duren, perfectie duurt nooit lang. En het was gewoon gedoemd om ooit fout te gaan maar toch.. niet zo, niet zo snel al.

Op een dag kwam ik thuis en trof hem bewusteloos in de zetel aan. Ik schudde hem, in een poging om hem wakker te krijgen, toen dat gelukt was en hij ontwaakte werd mij al snel duidelijk dat hij gedronken had, en veel. Ik voerde hem meteen naar het ziekenhuis, omdat ik niet zeker wist hoe hij er aan toe was. Pas toen ik nadien terug thuis kwam zag ik overal de flessen wodka, whisky en jenever liggen. Ik vond zelfs een tabletje slaappillen en pijnstillers onder de zetel. Ik weet nog altijd niet of hij ze daar express verstopt had, of of ze daar bij toeval onder waren geschoven. 

De dokter deelde mij mee dat het niet al te ernstig was, maar dat het goed was dat ik meteen naar het ziekenhuis gegaan was. Dat het beter was om preventief te zijn dan het te laten wachten en op het beste te hopen. Toch wou hij William graag een nacht ter observatie in het ziekenhuis houden, omdat ze niet zeker waren hoeveel pillen hij geslikt had en ze geen risico’s wouden lopen. 

De volgende dag kwam hij naar huis, nu hij terug in orde was kon ik het hem eindelijk vragen. Wat hem had bezield om dat te doen. Hij vertelde me dat hij ontslagen was, zonder geldige reden, iets met een collega die hem had laten opdraaien voor de fout die hij zelf gemaakt had. Maar natuurlijk was die collega het zoontje van de grote baas, en kon die dus onmogelijk in fout zijn geweest. Waardoor ze William dan maar op straat hadden gezet. Hij zou zijn laatste loon voor zijn laatste uren nog uitbetaald krijgen en dat was het dan.

Het was een enorme klap voor ons, want ikzelf was ook maar secretaresse bij een kleine zelfstandige en verdiende zelf amper genoeg om ons rond te helpen komen. En nu viel zijn financiële gedeelte dan nog weg ook.

Ik vertelde hem dat we wel een oplossing zouden vinden, dat we ons wel zouden redden, zoals we dat altijd al gedaan hadden.

Hij gaf de moed niet meteen op en zocht intensief naar nieuw werk, maar aangezien hij enkel een middelbare school diploma van BSO had, ging dat niet echt vlot. 

Hij was bouwvakker van opleiding, maar de markt voor bouwvakkers was slecht tegenwoordig, en er waren er al te veel. Waardoor er nog meer mensen werkloos achterbleven. Ook William.

De rekeningen begonnen zich op te stapelen, en hij begon meer en meer te drinken.

Het werd een heuse verslaving, en telkens als ik ‘s avonds uitgeput en kapot thuis kwam van het werk, lag hij dronken in de zetel. Als ik hem dan wakker maakte werd hij agressief. Soms sloeg hij mij. En hij sloeg hard. Achteraf , als hij terug nuchter was, schrok hij dan zelf van wat hij mij aangedaan had. Dan kustte hij mijn blauwe oog, streelde liefdevol over mijn dikke blauwe wang, of kustte mijn gebarsten lippen. En zo ging het een tijdje door. Ik hield van hem, en had medelijden met hem, want hij probeerde echt, maar de wereld kan hard zijn. En de wereld was hard voor ons. Onze liefde werd zwaar op de proef gesteld. Uiteindelijk begonnen de momenten dat hij nuchter was te minderen, en de slagen en agressie werden alleen maar erger. Op een dag had hij mij zo hard aangepakt, dat ik voor een paar dagen in het ziekenhuis was beland. De politie was mij komen bezoeken, en ze hadden vragen gesteld, omdat het ziekenhuis hun op de hoogte gebracht van mijn uiterst verontrustende verwondingen. Ziekenhuispersoneel hadden ook oudere littekens van verwondingen gezien. Ik had gezwegen tegen de politie, hen verteld dat ik gewoon erg onhandig en lomp ben en constant wel ergens tegen loop. Natuurlijk geloofden ze er niets van, dat kon ik in hun ogen zien. Maar zolang ik geen getuigenis aflegde, konden ze niets meer doen. Ze raadden mij wel aan om bij een therapeut ter rade te gaan, maar ik wuifde het goedbedoelde voorstel weg. Ik zei dat ik ok was. Maar dat was ik natuurlijk niet. Ik was diep gekwetst, vernederd. En ik had er genoeg van.

William zelf was mij ook één keer komen bezoeken, en deed alsof er niets aan de hand was. Wat mij alleen nog maar kwader maakte. Ik zei hem dat ik er genoeg van had, dat dit zijn schuld was, dat ik het beu was dat hij constant dronken en agressief was. Genoeg van dit alles. Genoeg van ons, of toch van de versie die we geworden waren. Hij negeerde mijn woorden, en bleef doen alsof alles ok was. 

Het was toen dat ik het besefte, ik moest hem verlaten. Weggaan. Een nieuw leven beginnen, nu ik nog kon. Mijn hart brak toen ik mij dit realiseerde, maar ik besefte dat het moest. Of ik zou er uiteindelijk zelf ten onder aan gaan. Dit leven verder leven zou mij verwoesten. 

Van zodra ik ontslagen was uit het ziekenhuis ging ik naar huis en begon mijn spullen in te pakken. William was niet thuis, want ik wist dat hij overdag de hele dag op café zat. Eens mijn spullen ingepakt waren, schreef ik hem een briefje, om nog eens uit te leggen dat het gedaan was tussen ons, en de redenen waarom. Misschien dat hij het nu wel zou begrijpen. Ik sloot de deur achter me en vertrok.

Deze herinneringen kwamen terug in me op terwijl ik door de koude wandelde, op weg naar het kleine appartementje waar ik mijn intrek genomen had nadat ik William had verlaten. Hij had mij nog een paar keer gebeld, tot ik uiteindelijk mijn nummer veranderde.

Ik wreef mijn handen tegen elkaar in een poging om ze te verwarmen, terwijl ik vooruit 

keek. Ik zag een lichtje aan het einde van de donkere straat. Een symbool voor de toekomst die mij te wachten stond. Ik was er klaar voor.

 

Image

There’s a difference bet…

There’s a difference between goodbye and letting go.
Goodbye is “I’ll see you again when I’m ready to hold
your hand, and when you’re ready to hold mine.”
Letting go is “I’ll miss your hand. I realized it’s
not mine to hold, andn I will never hold it again…”

– Unknown

I love this quote. I know the person who said this was probably talking about a lover, and love problems, but I think you can use it as a general thought as well. When someone you love passes away, you have a hard time letting go of them, you want to keep them close. I see this as ‘holding their hand’ , keeping them near. But that’s not a good way. You have to let them go, move on with your life. Accept that they are gone, and know that you’ll meet them again eventually. When the time is right. When you do that, you let go of their hand, and realized that it was wrong to hold it in the first place, that it wasn’t yours to hold and keep them here. 

There’s a difference between goodbye and letting go.
Goodbye is “I’ll see you again when I’m ready to hold
your hand, and when you’re ready to hold mine.”
Letting go is “I’ll miss your hand. I realized it’s
not mine to hold, andn I will never hold it again…”

– Unknown

I love this quote. I know the person who said this was probably talking about a lover, and love problems, but I think you can use it as a general thought as well. When someone you love passes away, you have a hard time letting go of them, you want to keep them close. I see this as ‘holding their hand’ , keeping them near. But that’s not a good way. You have to let them go, move on with your life. Accept that they are gone, and know that you’ll meet them again eventually. When the time is right. When you do that, you let go of their hand, and realized that it was wrong to hold it in the first place, that it wasn’t yours to hold and keep them here.

Sweet Dreams

This is a short story I wrote about a year ago, for a writing contest. It got elected, and ended up in the book of the contest. It describes a dream I once had, so it’s non-fiction. It’s about a few loved ones. It’s very personal and very dear to me. Again, it’s written in Dutch, so sorry for the English visitors of this blog, but don’t worry, I’m trying to properly translate it into English. So I’ll upload that later (might take some time though). Anyway, for all the Dutch people on here, I hope you’ll like it. I know I’m kind of proud of it anyway. Enjoy.

Mijn verhaal werd samen met andere gedichten, verhalen en foto’s door Ivo van Strijtem verzameld in het boekje “Sleeping beauties breken uit” nadat deze op de gelijknamige blog verschenen waren. Graag zou ik de inleiding gebruiken die Ivo van Strijtem bij mijn verhaal geschreven heeft. 

BRITT CARDOEN SCHREEF EEN TROOSTENDE DROOM VOOR ONS OP. ER ZIJN DROMEN DIE GRENZEN VERLEGGEN, DIE DE DORST LESSEN EN DE HONGER STILLEN, DIE BERGEN VERZETTEN. ZIJ BRENGEN ONS BIJ ELKAAR: DE LEVENDEN EN DE DODEN. EEN INNEMENDE VERTELLING, EEN HOOPVOLLE DROOM.

Dit is misschien wel één van de mooiste dromen die ik ooit heb gehad.

Het was nacht en ik sliep, toen ik plots buiten zachte muziek hoorde. Ik hoorde ook geluiden in het huis, al was ik blijkbaar de enige, aangezien de rest van het gezin gewoon door bleef slapen. Ik besloot dan maar zelf te gaan kijken wat er aan de hand was, met een bang hartje weliswaar. Bij iedere stap die ik op de trap zette zwol het geluid aan, ik meende iemand te horen lachen, een jong meisje. Ik volgde het geluid tot in de tuin. Eenmaal buiten was ik sprakeloos.

Onze tuin werd verlicht met wel honderden lampen en er stond een grote treurwilg met een schommel aan. De tranen sprongen in mijn ogen toen ik zag wie er op de schommel zat; mijn zusje Dorientje, als pasgeboren baby overleden toen ik vijf jaar oud was. Ik had haar nooit gezien, maar herkende meteen het beeld dat ik mij door de jaren heen van haar gevormd had. Ze was een jaar of tien, twaalf, had een rond gezichtje met een prachtige glimlach en stralende blonde haren. Tevens had zij de typische blauwe ogen die iedereen in ons gezin heeft. Toen ik van die verrassing even bekomen was, zag ik dat ze door mijn Bompa, overleden toen ik twee en een half jaar oud was, werd geduwd. Ook Meter, Nonkel Mon en Lady, onze hond waren er bij. Allemaal overleden. Ze zagen er allemaal net zo uit zoals zij in mijn herinnering waren blijven leven. Meter zat van in een stoel lieve dingen te roepen naar Dorientje, terwijl ze af en toe Lady’s balletje weggooide. Nonkel Mon was ook met Lady aan het spelen, terwijl hij, zoals zijn gewoonte was, een dikke sigaar aan het roken was. Het werd mij allemaal even teveel en ik begon te wenen. Lady kwam bij mij, haar kop tegen mijn been, troostend, zoals ze dat altijd deed als ik triest was. Ik knuffelde haar stevig, van plan haar nooit meer te laten gaan toen ik een stevige hand op mijn schouder voelde. Het was Bompa, hij draaide me om, keek me recht in de ogen en vroeg me rustig waarom ik zo huilde. Ik antwoordde snikkend dat ik hen miste, hen allemaal en dat het niet eerlijk was dat ze weg waren, voorgoed. Bompa moest eens lachen. “Maar meisje toch,” zei hij zacht, “de dood is niet het einde, het is het begin van iets nieuws.” Ik snikte en zei dat ik mij zo aleen voelde zonder hen, waarop mijn kleine zusje naar mij toe kwam en mijn hand vast nam. “Lieve grote zus, wij zijn nooit echt weg geweest, en dat zullen we ook nooit zijn. Zolang je je ons herinnert, ons in je hart draagt, zullen wij altijd bij je zijn. Iedere nacht zal je in de hemel vijf sterren zien, dicht bij elkaar. Dat zijn wij, die over je waken en je beschermen.” Ze glimlachtte eens en ik viel in een rustige slaap. 

Jarenlang werd ik gekweld door nachtmerries, iedere nacht werd ik schreeuwend wakker, terwijl de hete tranen over mijn wangen liepen, roepend op mama, die dan gehaast en ongerust mijn kamer kwam binnengestormd. Iedere nacht droomde ik over hen die ik moest missen, over hen die ik verloren had. Iedere nacht raakte ik hen opnieuw kwijt en voelde ik die pijn terug. Iedere nacht opnieuw. Maar na deze net vertelde droom stopten de nachtmerries. Ik had hun dood eindelijk een plaats kunnen geven, dankzij hen. En telkens als ik mij ‘s nachts eenzaam voel of hen mis, kijk ik door mijn raam naar buiten, naar de sterrenhemel, waar ik elke nacht opnieuw vijf schitterende sterren terug vind, dicht bij elkaar, en dan weet ik dat alles goed komt.

Image