Monoloog: Verloren Liefde pt.2

This is the male version of the monologue that I’ve posted before. This is seen from the man’s point of view. His side of the story. And sorry for the English speaking persons among us, but once more, it’s written in Dutch, just like the first part/the first story. Hope you’ll enjoy reading it!

Het was een koude winterdag. De wind buiten was guur en ging recht door je kleren heen. Gelukkig zat ik veilig binnen, met in mijn hand een glas Glühwein. Het vuur knetterde heerlijk in de brandhaard. Maar het deed mij maar weinig. De warmte drong niet door.

Ik dacht terug aan hoe het allemaal misgegaan was. Het was nochtans zo’n prachtig verhaal geweest in het begin.

We hadden elkaar drie jaar geleden leren kennen, het was liefde op het eerste gezicht geweest. In een drukke bar had ik haar zien staan. Vrienden van me zaten bezig over het knappe meisje aan de andere kant van de ruimte.  Ik besloot een korte blik te werpen op het desbetreffende meisje. Wat was ze prachtig. Ik betrapte mijzelf erop dat ik aan het staren was en ze merkte het op. Ze glimlachte en het was de mooiste glimlach die ik ooit had gezien. Ik besloot mijn kans te wagen en stapte op haar af.

Ik stelde mij voor en kwam te weten dat haar naam Elena was. Een prachtig elegante naam die perfect bij haar pastte. Ik vertelde haar dat haar schoonheid mij opgevallen was, en ze moest blozen.Je kan al raden dat ik toen al meteen verloren was. We raakten aan de praat, en bleven aan de praat voor de rest van de avond. Toen de nacht al over gegaan in vroege ochtend besloten we om beiden naar ons eigen bed terug te keren, na telefoonnummers te hebben uitgewisseld.

Achteraf spraken we nog een paar keer af en het duurde niet lang of we begonnen een relatie. Het was perfect, alles was perfect. Ieder weekend hadden we één dagje dat speciaal gereserveerd was voor ons tweetjes. Dan deden we dingen samen, zoals naar zee gaan, naar de film gaan en gaan eten, gaan shoppen voor nieuwe kleren -soms ook wel wat pikante lingerie-, wellness … noem het maar op. Die dag was dan speciaal voor ons.

Aangezien alles zo goed en vlotjes verliep, besloten we ook al vrij snel om samen te gaan wonen. De mooiste dag uit mijn leven. Het was magisch om samen met haar die dozen uit te mogen pakken, om haar spullen in de kast naast de mijne te zien. Iedere dag, iedere nacht, … was perfect, zolang we maar samen waren. Verliefd tot over onze oren. Ergens wist ik wel dat dat geluk niet voor eeuwig kon blijven duren, perfectie duurt nooit lang. En het was gewoon gedoemd om ooit fout te gaan maar toch.. niet zo, niet zo snel al.

Op een dag kwam ik op mijn werk aan, zoals iedere ochtend. Ik werd bij de baas geroepen, omdat hij mij dringend wou spreken. Na wat rond de pot te hebben gedraaid deelde hij mij droog mee dat ik ontslagen was. Op staande voet. En dat mijn laatste werkuren uitbetaald zouden worden maar dat het daarna gedaan was. Ik was bedankt voor mijn diensten en jarenlange trouw maar moest toch weg.

Het was een klap in mijn gezicht, en na het gesprek met de baas kwam ik thuis aan.

Ik zat een tijdje versuft voor me uit te staren , alvorens op zoek te gaan naar troost in de drankkast.

Whiskey, wodka, jenever,… iedere fles bood wel enige troost. Ik zag het allemaal niet meer zitten, wat voor nut had mijn leven nog? Nee,  ik had liever dat het hier en nu eindigde. Ik bleef drinken, de ene fles na de andere en combineerde de drank met een paar pijnstillers en slaappillen. Ik heb geen idee hoeveel ik er zoal heb ingenomen.

Het volgende dat ik mij herinner is dat Elena mij wakker schudde, blijkbaar was ik bewusteloos geweest. Ik zag haar gezicht van bezorgdheid naar walging gaan. Ach, wat kon mij dat nu schelen.

Ze bracht mij naar het ziekenhuis, waar ik aan een paar testen onderworpen werd.

Het kon mij allemaal gewoon niets meer schelen. Ik wou dood. Mijn leven was toch al voorbij. Ik was mijn werk kwijt, en Elena verdiende ook al amper genoeg om ervoor te zorgen dat we konden rondkomen. Als secretaresse bij een kleine zelfstandige verdiende je nu eenmaal niet veel. En ik als bouwvakker, op mijn leeftijd nog werk vinden… Neen, voor mij mocht het allemaal eindigen. Terwijl ik in het ziekenhuis bed lag hoorde ik haar spreken met de dokter, die vertelde haar dat het niet al te ernstig was maar dat het wel goed van haar was geweest dat ze mij meteen naar het ziekenhuis had gebracht. Dat het beter was om preventief te zijn dan het te laten wachten en op het beste te hopen. Toch wouden ze mij graag voor een nacht observatie in het ziekenhuis houden, omdat ze niet zeker waren hoeveel pillen ik had geslikt en ze geen risico’s wouden lopen.

De volgende dag mocht ik al naar huis, en Elena confronteerde mij met mijn acties van de dag daarvoor. Wat mij in godsnaam bezield had om dat te doen. Dus beschaamd -ik had mij nog nooit zo hard geschaamd- vertelde ik het haar. Dat ik ontslagen was, zonder geldige reden. Blijkbaar had een collega mij laten opdraaien voor een fout die hij gemaakt had. Maar natuurlijk was die collega het zoontje van de grote baas, dus kon hij onmogelijk in de fout zijn geweest. Waardoor ze mij dan maar op straat hadden gezet. Ik vertelde haar ook dat mijn laatste loon van mijn laatste uren nog uitbetaald zou worden, maar dat was het dan.

Na dit alles te hebben verteld, zag ik pas haar gezicht. Vol van verdriet, dikke tranen die zich vormden in haar ogen en haar onderlip die lichtjes trilde. Ze beet op haar lip om tranen in te houden. Maar het hielp niet veel.

Ik kreeg het ook moeilijk, en ze zag dat. Ze zette zich recht en knuffelde me. Vertelde me dat we wel een oplossing zouden vinden, dat we ons wel zouden redden, zoals we dat altijd al gedaan hebben.

Ik besloot de moed niet zo snel op te geven en begon intensief naar nieuw werk te zoeken, maar aangezien ik enkel over een middelbare school diploma van BSO beschikte, ging dat niet echt vlot. En ik was dan misschien wel bouwvakker van opleiding, een anders goed beroep met veel werkgelegenheid, maar de markt was slecht tegenwoordig, en er waren al mensen te veel. Waardoor er al veel mensen werkloos achterbleven. Ik dus ook.

De rekeningen begonnen zich op te stapelen en ik begon meer en meer te drinken. Het werd een heuse verslaving, en telkens als Elena ‘s avonds terug kwam van het werk, moe, uitgeput en afgepeigerd lag ik stomdronken in de zetel. Als ze mij dan wakker maakte werd ik zo enorm kwaad dat ze bang werd van mij.

Soms sloeg ik haar. Hard. Ik besefte het dat ik haar pijn deed, maar het kon mij niet echt iets schelen. Niets kon mij nog iets schelen. Ik dronk om te vergeten. Te vergeten dat ik nog leefde.

Dat was toen ik dronken was. Eens ik dan terug nuchter was schrok ik wel van wat ik haar had aangedaan. Dan kustte ik haar blauwe oog, streelde liefdevol over haar dikke blauwe wang, en kustte ik haar gebarsten lippen. Zo ging het nog een tijdje door.

Ze hield van mij, en misschien had ze ook een gevoel van medelijden, en daarom bleef ze bij mij. Terwijl ze weg had kunnen gaan. Weg van dit alles.

Ik probeerde wel te verbeteren, maar de wereld kan hard zijn. Echt hard.  Onze liefde werd zwaar op de proef gesteld.

De nuchtere momenten begonnen te minderen, en mijn agressie werd alleen maar erger. Op een dag had ik haar blijkbaar zo hard aangepakt, dat ze voor een paar dagen in het ziekenhuis belandde. De politie kwam bij haar langs om een paar vragen te stellen, aangezien het ziekenhuis hen op de hoogte gebracht van haar uiterst verontrustende verwondingen. Ziekenhuispersoneel hadden ook oudere littekens van verwondingen terug gevonden. Ik had haar afgedreigd , en haar gezworen dat als ze hen ook maar iets zou vertellen dat in mijn richting leidde, ik haar kapot zou maken. Dat ze het zich voor de rest van haar leven zou beklagen. Als ik haar nog haar leven zou laten. Ze had liggen wenen en jammeren, en  had mij zitten smeken om het niet te doen. Mij gevraagd waarom ik zo veranderd was. Gejammerd dat ze de man waarop ze verliefd geworden was mistte. Maar het was te laat. Het deed mij allemaal niets meer. Ik was ongevoelig. Dood binnenin. Ze had de politieagenten wijs gemaakt dat ze gewoon erg onhandig en lomp is en wel altijd ergens tegen loopt. Ik weet niet of ze het effectief volledig geloofden, maar ze lieten ons toch gerust.

Nadien was ik haar nog één keer gaan bezoeken. Ze deed afstandelijk, en ik begreep niet waarom. Ik had nochtans bloemen mee gebracht en was een perfecte heer. Hoe liever en vriendelijker ik deed, hoe kwader zij werd. Tot ze ineens uitbarstte. Ze zei me dat ze er genoeg van had, dat dit alles mijn schuld was, en dat ze het beu was dat ik constant dronken en agressief was. Ze had van dat allemaal meer dan genoeg. Genoeg van ons, of toch van de versie die we geworden waren.

Ik negeerde haar woorden, deed alsof ik ze niet gehoord had en deed gewoon verder zoals voordien.

Een paar dagen later was ik de hele dag weer op café geweest, zoals altijd toen ik ‘s avonds pas heel laat thuiskwam.

Al van zodra ik mijn sleutel in het slot had gestoken had ik gevoeld dat er iets veranderd was. Ik kwam binnen, deed het licht aan en zag het. Het huis was een heel stuk leger, meubels, spullen ,.. waren verdwenen. Ik rende naar boven, rukte de grote kleerkast in de slaapkamer open en zag dat haar kleren ontbraken. Als een gek rende ik het hele huis door, op zoek naar spullen van haar. Ik was op slag nuchter. Maar helaas, alles was weg. Zij was weg. Het enige dat ze nog had achtergelaten was een klein briefje, met daarop nog eens dezelfde uitleg als ze in het ziekenhuis had gedaan. Dat ze het beu was om vernederd en gekwetst te worden. Dat ze van mij hield, maar dat het zo niet verder kon. Dat ze mij zou verlaten, en al weg zou zijn tegen de tijd dat ik dit briefje zou vinden. Dat ik haar nooit meer op mocht zoeken, of contact met haar zoeken. Dat het voorbij was. Deze keer drongen haar woorden wel door, en het raakte mij. Hard. Ik zonk neer in de zetel, het briefje nog in mijn handen en rustte mijn hoofd in mijn handen. Hete tranen begonnen zich te vormen achter mijn oogleden. Tranen van schaamte, om wat ik haar allemaal had aangedaan. Tranen van verdriet, omdat mijn grote liefde mij verlaten had en ik haar nooit of te nimmer meer zou zien of horen.

Ik had haar nadien nog een paar keer gebeld, maar ze nam nooit op. Uiteindelijk had ze ook haar nummer veranderd.

Ik kon het niet meer aan en besloot er een einde aan te maken. Zonder fout deze keer.

Ik had vier flessen whisky, twee tabletten van slaappillen, en drie tabletten van pijnstillers binnen. Als het nu niet zou lukken wist ik het ook niet meer.

Ik begon al snel effect te voelen, ik werd slaperig, lam en mijn ogen werden zwaar. Ik zonk weg in een heerlijk diepe slaap. De fles drank rolde uit mijn hand, richting het vuur. De drank liep er langzaam uit en zorgde ervoor dat het vuur gretig om zich heen begon te grijpen. Nu pas voelde ik de warmte, en met een gelukzalige glimlach op mijn gezicht verloor ik het bewustzijn.

Image

Advertisements

2 thoughts on “Monoloog: Verloren Liefde pt.2

Feel Free To Leave A Comment

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s