Sweet Dreams

This is a short story I wrote about a year ago, for a writing contest. It got elected, and ended up in the book of the contest. It describes a dream I once had, so it’s non-fiction. It’s about a few loved ones. It’s very personal and very dear to me. Again, it’s written in Dutch, so sorry for the English visitors of this blog, but don’t worry, I’m trying to properly translate it into English. So I’ll upload that later (might take some time though). Anyway, for all the Dutch people on here, I hope you’ll like it. I know I’m kind of proud of it anyway. Enjoy.

Mijn verhaal werd samen met andere gedichten, verhalen en foto’s door Ivo van Strijtem verzameld in het boekje “Sleeping beauties breken uit” nadat deze op de gelijknamige blog verschenen waren. Graag zou ik de inleiding gebruiken die Ivo van Strijtem bij mijn verhaal geschreven heeft. 

BRITT CARDOEN SCHREEF EEN TROOSTENDE DROOM VOOR ONS OP. ER ZIJN DROMEN DIE GRENZEN VERLEGGEN, DIE DE DORST LESSEN EN DE HONGER STILLEN, DIE BERGEN VERZETTEN. ZIJ BRENGEN ONS BIJ ELKAAR: DE LEVENDEN EN DE DODEN. EEN INNEMENDE VERTELLING, EEN HOOPVOLLE DROOM.

Dit is misschien wel één van de mooiste dromen die ik ooit heb gehad.

Het was nacht en ik sliep, toen ik plots buiten zachte muziek hoorde. Ik hoorde ook geluiden in het huis, al was ik blijkbaar de enige, aangezien de rest van het gezin gewoon door bleef slapen. Ik besloot dan maar zelf te gaan kijken wat er aan de hand was, met een bang hartje weliswaar. Bij iedere stap die ik op de trap zette zwol het geluid aan, ik meende iemand te horen lachen, een jong meisje. Ik volgde het geluid tot in de tuin. Eenmaal buiten was ik sprakeloos.

Onze tuin werd verlicht met wel honderden lampen en er stond een grote treurwilg met een schommel aan. De tranen sprongen in mijn ogen toen ik zag wie er op de schommel zat; mijn zusje Dorientje, als pasgeboren baby overleden toen ik vijf jaar oud was. Ik had haar nooit gezien, maar herkende meteen het beeld dat ik mij door de jaren heen van haar gevormd had. Ze was een jaar of tien, twaalf, had een rond gezichtje met een prachtige glimlach en stralende blonde haren. Tevens had zij de typische blauwe ogen die iedereen in ons gezin heeft. Toen ik van die verrassing even bekomen was, zag ik dat ze door mijn Bompa, overleden toen ik twee en een half jaar oud was, werd geduwd. Ook Meter, Nonkel Mon en Lady, onze hond waren er bij. Allemaal overleden. Ze zagen er allemaal net zo uit zoals zij in mijn herinnering waren blijven leven. Meter zat van in een stoel lieve dingen te roepen naar Dorientje, terwijl ze af en toe Lady’s balletje weggooide. Nonkel Mon was ook met Lady aan het spelen, terwijl hij, zoals zijn gewoonte was, een dikke sigaar aan het roken was. Het werd mij allemaal even teveel en ik begon te wenen. Lady kwam bij mij, haar kop tegen mijn been, troostend, zoals ze dat altijd deed als ik triest was. Ik knuffelde haar stevig, van plan haar nooit meer te laten gaan toen ik een stevige hand op mijn schouder voelde. Het was Bompa, hij draaide me om, keek me recht in de ogen en vroeg me rustig waarom ik zo huilde. Ik antwoordde snikkend dat ik hen miste, hen allemaal en dat het niet eerlijk was dat ze weg waren, voorgoed. Bompa moest eens lachen. “Maar meisje toch,” zei hij zacht, “de dood is niet het einde, het is het begin van iets nieuws.” Ik snikte en zei dat ik mij zo aleen voelde zonder hen, waarop mijn kleine zusje naar mij toe kwam en mijn hand vast nam. “Lieve grote zus, wij zijn nooit echt weg geweest, en dat zullen we ook nooit zijn. Zolang je je ons herinnert, ons in je hart draagt, zullen wij altijd bij je zijn. Iedere nacht zal je in de hemel vijf sterren zien, dicht bij elkaar. Dat zijn wij, die over je waken en je beschermen.” Ze glimlachtte eens en ik viel in een rustige slaap. 

Jarenlang werd ik gekweld door nachtmerries, iedere nacht werd ik schreeuwend wakker, terwijl de hete tranen over mijn wangen liepen, roepend op mama, die dan gehaast en ongerust mijn kamer kwam binnengestormd. Iedere nacht droomde ik over hen die ik moest missen, over hen die ik verloren had. Iedere nacht raakte ik hen opnieuw kwijt en voelde ik die pijn terug. Iedere nacht opnieuw. Maar na deze net vertelde droom stopten de nachtmerries. Ik had hun dood eindelijk een plaats kunnen geven, dankzij hen. En telkens als ik mij ‘s nachts eenzaam voel of hen mis, kijk ik door mijn raam naar buiten, naar de sterrenhemel, waar ik elke nacht opnieuw vijf schitterende sterren terug vind, dicht bij elkaar, en dan weet ik dat alles goed komt.

Image

Advertisements

One thought on “Sweet Dreams

Feel Free To Leave A Comment

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s